thuiskomen in je eigen leven thuiskomen in je eigen leven

door ds.Klaas Touwen
Preek bij 1 Koningen 19, 3-18 op zondag 25 februari 2018

Lieve gemeente,

Elia is in het vorige hoofdstuk nog de grote held van Israel, de profeet die de afgoderij uitbant en het volk van God terugroept tot de Enige. Nu weet hij dat koningin Izebel wraak zal nemen. Zij is de kwade genius achter de verering van de Baäl, zij heeft haar goden ingevoerd in het beloofde land. Elia vreest voor zijn leven, hij vlucht de woestijn in.
 
Maar daar in de woestijn slaat die vrees dat hem het leven benomen wordt om in levensmoeheid, hij geeft het op. Hij meent dat hij de enige is die het ware geloof nog aanhangt, meent dat hij in het geheel niet berekend is op zijn taak, niet tegen zijn roeping opgewassen. Zijn leven is mislukt, hij is mislukt, hij legt zich onder een bremstruik neer om te sterven.
 
Hoe komt déze man ertoe om na een tocht van veertig dagen en veertig nachten uiteindelijk God te ontmoeten bij de berg van het verbond? Ja, dit is het verhaal van dat een mens een lange weg heeft af te leggen om tot God te komen.
 
Dat is een zin die ons hart oppakt, dat verstaan we: een mens heeft een lange weg af te leggen om tot God te komen. En het is waar, maar laat ik het ook meteen tegenspreken, met twee tegenstemmen.
Eerst dit: als je het verhaal zo leest, als de terugblik op die lange reis, maak je Elia en jezelf veel te heroïsch. Het is de ontsporing van alle oppervlakkige theologie dat je gefascineerd raakt door je eigen ontwikkelingsgang: dat jíj tot God gekomen bent! Dat jij tot bekering kwam! Je vindt dat je dat toch wel heel goed gedaan hebt...
In werkelijkheid vond Elia een engel aan zijn zijde en is hij gesterkt door de wonderlijke spijs en drank, het sacrament dat hem daar in de woestijn bereid is. Dus, nee, dit is niet de lange reis naar God toe, want Gods engel stond hem al die tijd al terzijde.
 
En de tweede tegenstem: Nee, dit is niet de lange reis naar Gód toe, want volgens het verhaal ben je dan nog maar halverwege. Er is hier sprake van een héénreis, naar de Horeb, de berg van het verbond, waar God zich openbaart, en ook van een terùgreis, terug naar je eigen leven dat je op het punt stond op te geven, terug naar je roeping, de taak die je wacht. Dus terug naar waar je vandaan bent gevlucht. Je moet je eigen leven weer oppakken, in je verantwoordelijkheden gaan staan.
Inderdaad heeft een mens soms een lange weg af te leggen voordat hij dat kan: thuiskomen in zijn eigen leven.
 
Dus meteen deze twee correcties aangebracht omdat wij anders verkeerd lezen:
1. Het gaat niet om jouw Godvinding, want ondertussen heeft God jou al lang gevonden en zijn engel heeft je al die tijd begeleid.
2. Het gaat niet om de reis naar God, want dan ben je halverwege blijven steken, het gaat om de reis naar je bestemming en die ligt vlakbij. Dat je die toch pas met zo’n omweg – van heen en terug – weet te vinden!
 
Nu terug naar Elia die daar voor dood in de woestijn ligt. Menigeen hier weet wat dat is: te dolen en te dwalen in een vreemd land, een onherbergzaam gebied, dat je je leven als een woestijn ervaart. Het verhaal wil dat Elia – het leven moe – ligt te slapen, maar dat hij wordt aangeraakt, hij wordt gewekt uit zijn doodsslaap.
Je verzet je daartegen: Laat mij toch slapen! Laat mij toch met rust! Laat mij toch gaan! Maar dit is een aanraking van Godswege, het is een engel die je heel hinderlijk in je ribben port, hij houdt niet op, je moet wakker worden!
 
Elia wrijft zich de slaap uit de ogen en ziet daar in zijn woestijn een vuurplaats, vers gebakken brood, een kruik water, hij eet en drinkt. Alleen dat al kan een overwinning zijn, dat je eet en drinkt, dat je het je laat smaken en je je daarmee opnieuw aan het leven toevertrouwt.
Dat zijn grote woorden: je aan het leven toevertrouwen. Nee, Elia valt weer in slaap, de sluimering is hem liever dat de werkelijkheid. Soms ben je zo ver heen dat je je bed niet meer uitkomt.
Maar daar is die vervelende engel weer. Doortastend port hij opnieuw in je ribben, je verwenst hem, maar dat helpt niet. Je moet wakker worden! Word wakker!
Een goddelijke aanraking. Maak daar niet iets moois van. Het is geen sublieme spirituele ervaring, geen mystiek zweven, het voelt niet als een zegen. Nee, iemand schopt je je bed uit!
Een goddelijke aanraking, dat is hardhandig. Jakob aan de Jabbok, hij liep er mank van. Christus in Getsemane zweette bloed en tranen. Die goddelijke aanraking is geen streling maar een gevecht, de strijd die jij hebt te voeren.
Elia werd wéér wakker. En weer stonden daar brood en water. Hij at, hij dronk, stond op en ging veertig dagen en veertig nachten door de woestijn, zo staat geschreven: ‘Gesterkt door dit voedsel.’
 
Zo was het sinds de dagen van de Hebreeën. Die hebben veertig járen in de woestijn geleefd, niet omdat de reis van Egypte naar Kanaän zoveel tijd in beslag neemt, maar omdat er onderweg zoveel te leren was en nog meer af te leren.
Leren léven als mensen voor wie een beloofd land is weggelegd, leren leven voor het aangezicht van God als een heilig volk, dat wil zeggen: als een volk dat door God gemachtigd is om de menselijke waardigheid te bewaren.
 
De reis van Egypte naar Kanaän duurt niet zo lang, maar de reis uit een slavenbestaan naar de vrijheid van Gods kinderen, daar staat een generatie voor, die duurt veertig jaren. Je verwisselt je mentaliteit niet als een oude jas.
Ieder mens weet wat een worsteling het is om vrij te zijn of zoals Elia: niet meer bang!
 
Dan daagt daar de berg op, de berg waar weleer Mozes de twee stenen tafelen ontving, met die gebeitelde woorden, sprekende taal, de tien geboden. Hij had er de handen aan vol. Maar onderweg naar beneden liet Mozes het verbond uit zijn handen vallen, verbijsterd bij de aanblik van zijn volk dat zich ondertussen tot heel andere goden had gewend. Het is alles goud wat daar blinkt, ze dansen rond het gouden kalf.
 
Elia is waarlijk niet de enige geweest die meende dat hij de enige was die nog op God vertrouwde. Uiteindelijk heeft Mozes opnieuw die berg beklommen, heeft voor zijn volk ten goede gepleit: dat God de Heer toch mee moest gaan omdat het anders niets kon worden. En God liet zich vermurwen, hij zou meegaan, zo heeft hij beloofd. Maar Mozes wilde het zeker weten en toen is God aan hem voorbijgetrokken.
Nee, niemand heeft ooit God gezien, ook Mozes niet, dat is teveel voor een mens: God zien, zoveel lichtend licht van zijn aangezicht. Maar God heeft Mozes verborgen in een kloof en trok aan hem voorbij.
Dat God aan hem voorbijgetrókken was, achteraf gezien, zijn spoor, zijn lichtend spoor, dát heeft Mozes gezien. En hij was er zo van vervuld, van dat licht, dat ook de weerglans van dat licht zijn gelaat nog deed stralen, naderhand, nog steeds, zodat zijn volk hem vroeg dat lichtend licht van zijn gezicht toe te dekken.
Elke keer dat als dat lichtend licht van zijn gezicht weer opspeelde en Mozes liep te stralen, sloeg hij een doek om, om zijn volk niet te beangstigen met zoveel licht.
 
Elia beklom de berg en schuilde in díe grot en God trok aan hem voorbij. Daar was het groot geweld van storm en orkaan, de elementen van de natuur openbaarden zich met groot vertoon. Maar daarin was God niet.
En toen de aardbeving, de aarde schudt op haar grondvesten, in vreze en beven, maar ook daarin was God niet. Daarna het ziedende vuur, de laaiende gloed die alles verzengt, de opgestookte hel, maar ook daarin was God niet.
Toch zijn dat de traditionele bijverschijnselen van de openbaring van een beetje godheid die ertoe doet: storm, aardbeving, vuur. Het waren ook de manifestaties van God waar Elia ervaring mee had. Daar zou hij wel raad mee weten: met een God die antwoordt met vuur, die de afgoderij verzengt, de godenbeelden en hun vereerders uitdelgt.
 
Maar een God die ontwijkt en wijst en verlokt en verleidt als een fluistering, een wenk, het suizen van een zachte stilte was hem nog niet geopenbaard.
Een lichte bries stak op, een zachte koelte deed zich voor, een stilte vult zich met aanwezigheid. Is dat alles? Die bries, de koelte, de stilte? Nee, dat was niet alles. In die bries, de koelte, de stilte was een stem die hem aansprak: ‘Elia wat doe je hier?’
Dat was ook het eerste toen Elia bij de berg verscheen, die stem: ‘Elia, wat doe je hier?’ En Elia had geklaagd, zich uitgesproken voor God, zijn wanhoop en vertwijfeling uitgeschreeuwd.
Nu in de kalmte, de stilte opnieuw de vraag: ‘Elia, wat doe je hier?’ Dat is altijd de vraag die de Eeuwige ons stelt: ‘Adam, waar ben je?’ Jij, mensenkind, waar sta je?
Met meteen daarbij de vraag: ‘Wat zal je volgende stap zijn?’ Daar hebben we het over gehad: dat Elia nu die hele terugweg aanvaarden zal, terug naar waar hij vandaan kwam. De mystieke weg tot God leidt hem terug tot de weg van het engagement, een politieke opdracht: hij moet koningen aanstellen, zijn eigen opvolger aanwijzen.
 
Hier in de kerk, in deze gevulde stilte, zijn wij niet op onze bestemming aangekomen. Om precies te zijn: je bent hier halverwege, tot jezelf gekomen.
Dit is het keerpunt, hier vindt een wending plaats: ‘Wat doe je hier?’ ‘En wat zal je volgende stap zijn?’ In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.
 

terug
 
 
Hanneke Kievit wint Heel Deil bakt
op 10 november 2018, lees verder onder Wie zijn wij-Kerkbeheer.
 
Vanuit de kerkenraad
Een bericht aan het begin van het nieuwe seizoen: Wie zijn wij-Kerkenraad.
 
Stichting Wijdekerk

LHBT’ers zijn bij ons gewenst in de kerk, Lees verder onder Wie zijn wij-Bovenplaatselijke organisaties.
 
 
In onze dorpen
Samen doen in Enspijk en DOP (Dorpsontmoetingspunt) in Deil en Soos 60+
  meer
 
Jaarmarkt Deil
Jaarmarkt Deil groot succes en blijft voorlopig bij de scheepswerf. Lees verder Wie zijn wij-Kerkbeheer
 
 
Geslaagde dorpsmarkt Enspijk
Lees verder: Wie zijn wij-Kerkbeheer.
 
Moldavië 2018
POZM-POZA: terugblik op de reis tijdens de dienst van 18 november (Jeugd-Specials)
 
Talenten gezocht!
De kerkenraad is naarstig op zoek naar talenten.
Er zijn een aantal vacatures ontstaan  binnen onze gemeente, in de kerkenraad, maar ook daarbuiten, zoals een ouderling en iemand die het paasontbijt coördineert.
  meer
 
Behoefte aan een gesprek?
We willen een (t)huis bieden. Dat betekent ook: omzien naar elkaar, openstaan voor elkaar, elkaar opzoeken. Lees verder onder Wie zijn wij?-Pastoraat of stuur een mail naar
 
 
Trouwen?
Zijn er trouwplannen? Denk ook op tijd aan kerkgebouw en dominee.
  meer
 
Dopen?
Een kindje geboren? Laat het ons weten, zeker als je het kindje wilt laten dopen.
  meer
 
Privacy
Voor de Privacyverklaring van de Protetstantse Gemeente Deil - Enspijk: privacyverklaring
 
ANBI
Bekijk de ANBI gegevens van onze diaconie (goedgekeurd tijdens de kerkenraadsvergadering van 7 juni 2018)
Bekijk de ANBI gegevens van onze gemeente (goedgekeurd tijdens de kerkenraadsvergadering van 1 juni 2017)
 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.