ik geef omdat mij zoveel gegeven is ik geef omdat mij zoveel gegeven is

door ds. Klaas Touwen
Preek bij Marcus 8,1-21 op zondag 26 augustus 2018

Gemeente van Jezus Christus,
 
Jezus nam de zeven broden, sprak het dankgebed uit,
brak ze en gaf ze aan de leerlingen
om de brokken onder de mensen rond te delen
en dat deden ze.
 
Het gaat mij om dat geven en delen.
 
Soms voel je je geweldig overvraagd:
met het weinige dat je hebt,
moet je het allemaal maar kunnen.
Weinig tijd, weinig geld, weinig energie, weinig mensen,
en toch sta je ervoor om te geven, uit te delen, te zorgen, van betekenis te zijn,
als mantelzorger,
als ambtsdrager,
of waar ú
die druppel maar op de gloeiende plaat laat vallen.
 
Je hebt weinig
en je moet er wonderen mee doen.
Hier in het evangelie wordt daar een heel punt van gemaakt,
met die getallen:
hoe weinig er was
en voor hoeveel mensen dat genoeg moest zijn.
 
Denk je dat je inmiddels wel een beetje
van de bijbel hebt opgestoken,
klopt het weer niet: die getallen.
 
Wij weten van vijf broden en twee vissen,
dat kunnen we zelfs zingen,
maar hier nu zijn twintig broden voor honderd man
– bij Elisa
en zeven broden voor vierduizend man
– zo wordt het hier verteld
en het kan dus met nog minder voor nog meer:
– niet meer dan vijf broden voor vijfduizend man,
en dan gaat het echt om mannen,
vrouwen en kinderen niet meegerekend. 
 
Aan het einde van het evangelie wordt dat uitgelegd:
die getallen en wat ze te betekenen hebben.
Ik kom daar straks op terug.
 
Nu eerst over het geven met dat wat je gegeven is,
het weinige dat je in handen hebt, het kleine getal.
 
De Franse filosoof Paul Ricoeur onderscheidt twee manieren van geven
en daarmee dus twee levenshoudingen,
twee attitudes van in het leven staat.
 
Het eerste is: ik geef opdat jij geeft.
 
Een ruilhandel van gaven,
in balans,
zodat uiteindelijk de schulden vereffend zijn
en niemand meer bij wie dan ook in het krijt staat,
het is uitgerekend.
 
Zo was het al in overoude tijden.
Een priester goot eenmaal per jaar
met ritueel en zegenbeden
water in de bron,
opdat die bron ons niet zou begeven.
 
Dat opwellend water moet tenslotte zelf ook ergens beginnen,
het mag niet teloorgaan,
een verschrikking als die bron zou verdrogen.
Daarom: de priester giet water in de bron of in de put,
opdat de bron ons niet in de steek zal laten.
 
Ik geef opdat gij geeft,
do ut des in het Latijn.
 
Met verjaardagen gaat het net zo,
vergelijkbaar ritueel
Je overlegt: Wat zullen we geven? Hoeveel mag het kosten?
Niet te veel, niet te weinig,
het moet in proportie blijven.
 
Of in de familie gaat die bewuste envelop rond.
Wat er in zit doet er eigenlijk niet toe,
want diezelfde envelop gaat rond van verjaardag naar verjaardag.
 
Ik geef opdat gij geeft
en voor wat hoort wat,
dat kun je uitrekenen,
alsof quitte staan de meest ideale menselijke verhouding is.
 
Je gaat van jezelf uit: ik geef,
en je kijkt naar wat je ervoor terugkrijgt,
of dat wel in verhouding staat.
 
Als je zo kijkt:
meestal houdt wat je terugkrijgt te wensen over,
er is inflatie overheen gegaan.
 
Is het wel net zo gul en ruimhartig en spontaan gegeven
als toen jij het gaf?
Want ruimhartigheid
is een kwaliteit die wij toch allereerst onszelf toedichten.
 
Ik geef opdat gij geeft.
Het gaat om een evenwicht,
maar wie met deze houding in het leven staat,
komt eigenlijk altijd tekort,
lijdt gebrek, voelt zich tekortgedaan, is bitter geworden,
vertrouwt niemand meer,
ziet zichzelf als slachtoffer van de ongelijke verhoudingen.
 
Het is wonderlijk dat je met deze levenshouding zo beroerd uitkomt.
Want jij bent degene die geeft en dat is toch mooi:
dat het van jou uitgaat,
je hebt je beste beentje voor gezet.
 
En ook: het is gericht op een evenwicht
en dat is verstandig.
Je doet wat een ander in jouw plaats ook zou doen.
 
Maar op den duur sta je met lege handen,
misschien niet in werkelijkheid maar wel voor je gevoel.
Het zit ’m in je zienswijze, je manier van redeneren, je levenshouding.
Daar zit iets in dat in zichzelf gekromd is.
 
Volgens Paul Ricoeur is er ook een andere manier
van geven, van je verhouden, van in het leven staan.
En dat is deze: ‘Ik geef, niet opdat … en wat er verder uit volgt,
maar omdat mij zoveel gegeven is’ (do quia mihi datum est).
Wie dat heeft geleerd: ‘Ik geef omdat mij zoveel gegeven is,’
weet dat de goedheid niet allereerst bij hemzelf vandaan komt
(kijk mij eens met mijn mooie superioriteit),
maar dat alleréérst de goedheid aan hem of haar bestééd is.
 
Er ís mij zoveel gegeven.
Mogelijk de liefde en de toewijding van je ouders,
of anders misschien de liefde en de toewijding van
je echtgenoot, je levensvriend,
Al waren het maar díe enkelingen
die op beslissende momenten jou hebben gezíen.
 
‘Ik geef omdat mij zoveel gegeven is.’
Want menszijn is dat je,
wat je ontvangen hebt, doorgeeft,
dat het niet stokt,
niet bij jou ophoudt maar doorgaat.
 
‘Ik geef omdat mij zoveel gegeven is,’
dat is niet uit schuldgevoel
– want dan loop je toch weer een schuld af te lossen –
maar uit dankbaarheid
en misschien
en om je overleden echtgenoot te eren
of om je ouders te gedenken
of om wat eenmalig was, in een gouden lijstje te zetten.
 
‘Jezus gaf de broden aan de leerlingen om ze aan de mensen uit te delen,
en dat deden ze.’
 
Wat ze ontvingen was bijzonder:
zeven broden in de verlatenheid,
gezegend door de Heer.
En wat ze rondgaven werd steeds meer.
 
‘Ik geef omdat mij zoveel gegeven is.’
 
Kan ieder mens dat leren?
In plaats van naar zich toe te rekenen
van zich af te schenken?
 
Ik heb gemerkt dat dat moeilijk is.
Ik kom soms mensen tegen die bitter weinig hebben meegekregen,
bang zijn van nature,
die het vanaf hun jongste jaren ontbroken heeft
aan aandacht en liefde
waar een mens mens van wordt.
 
‘Ik geef omdat mij zoveel gegeven is.’
Of ieder mens dat kan leren?
Moet ik dan zeggen:
‘Nou, nee, jongen, dat geldt niet voor jou, jij hebt zoveel pech gehad…’
Of ontneem ik hem, ontzeg ik hem daarmee de humaniteit?
 
Het wonderlijke is, dat als je vraagt naar verhalen:
‘Vertel me het verhaal van je leven’,
er toch altijd wel íemand was,
die een glimp van goedheid heeft laten zien,
een glimp zo helder dat die jongen dat na jaren nog steeds weet:
een verpleegkundige die hem weer oplapte
en die ondertussen ook vroeg naar zijn ziel,
een politieagent met eerbied voor de raadsels en geheimen
die deze verschoppeling met zich meedraagt,
een vrijwilliger van Scouting die die jongen toch een beetje heeft grootgebracht,
een lerares op school die dit kind heeft gezien.
 
‘Ik geef omdat mij zoveel gegeven is,’
ook als dat ‘zoveel’ zich heeft verhuld in
iets dat je maar heel spaarzaam is overkomen
en waarvan je moet erkennen dat het te weinig was,
dat je in feite gebrek hebt geleden.
Maar dan nog, in dat gebrek en tekort en te weinig,
zat een tegoed.
 
Het evangelie spreekt van overvloed en Jezus zegt:
‘Begrijpen jullie het nu nog niet?’
Overvloed en wat dat betekent!
 
Het gaat eerst over die vijf broden
die hij brak voor vijfduizend mensen.
Vijf, het getal van de Torah, de vijf boeken.
Vijf, zinnebeeldig voor het volk van de Torah.
 
En hoeveel bleef er over?
Twaalf korven vol.
Twaalf het getal van alle stammen van Israël, genoeg, er is genoeg.
En later met die zeven broden
– zeven, het getal van de volkeren rondom –
voor vierduizend mensen, van alle vier windstreken,
hoeveel bleef er over?
Zeven korven, voor alle volkeren, genoeg,
er is genoeg, er is je zoveel gegeven.
 
Leef daaruit, wees dankbaar
ook als je de dankbaarheid ver moet zoeken
en zij haast onvindbaar is.
 
Ik geef omdat mij zoveel gegeven is.
Wees dankbaar, want de dankbaarheid is een kostbaar geschenk
van de Levende die het goed met ons meent.
 
Er zijn verschillende manieren om naar de werkelijkheid te kijken.
Je kunt kijken met de zienswijze van de schaarste.
Je kunt kijken met de zienswijze van de overvloed.
 
nu moet je niet zeggen: de werkelijkheid is en blijft dezelfde,
alleen de zienswijze verschilt: je houdt jezelf voor de gek.
 
Nee,
het evangelie laat juist zien welk verschil wordt uitgemaakt
door het wonder.
Wie het leven tegemoet treedt naar de zienswijze van de schaarste
komt altijd tekort.
wie het leven ontvangt naar de zienswijze van de overvloed
houdt over,
ook al moet je soms erkennen dat het maar heel pover is,
omwille van hem
aan wie is de heerlijkheid en de macht in alle eeuwigheid.
 

terug
 
 
Hanneke Kievit wint Heel Deil bakt
op 10 november 2018, lees verder onder Wie zijn wij-Kerkbeheer.
 
Vanuit de kerkenraad
Een bericht aan het begin van het nieuwe seizoen: Wie zijn wij-Kerkenraad.
 
Stichting Wijdekerk

LHBT’ers zijn bij ons gewenst in de kerk, Lees verder onder Wie zijn wij-Bovenplaatselijke organisaties.
 
 
In onze dorpen
Samen doen in Enspijk en DOP (Dorpsontmoetingspunt) in Deil en Soos 60+
  meer
 
Jaarmarkt Deil
Jaarmarkt Deil groot succes en blijft voorlopig bij de scheepswerf. Lees verder Wie zijn wij-Kerkbeheer
 
 
Geslaagde dorpsmarkt Enspijk
Lees verder: Wie zijn wij-Kerkbeheer.
 
Moldavië 2018
POZM-POZA: terugblik op de reis tijdens de dienst van 18 november (Jeugd-Specials)
 
Talenten gezocht!
De kerkenraad is naarstig op zoek naar talenten.
Er zijn een aantal vacatures ontstaan  binnen onze gemeente, in de kerkenraad, maar ook daarbuiten, zoals een ouderling en iemand die het paasontbijt coördineert.
  meer
 
Behoefte aan een gesprek?
We willen een (t)huis bieden. Dat betekent ook: omzien naar elkaar, openstaan voor elkaar, elkaar opzoeken. Lees verder onder Wie zijn wij?-Pastoraat of stuur een mail naar
 
 
Trouwen?
Zijn er trouwplannen? Denk ook op tijd aan kerkgebouw en dominee.
  meer
 
Dopen?
Een kindje geboren? Laat het ons weten, zeker als je het kindje wilt laten dopen.
  meer
 
Privacy
Voor de Privacyverklaring van de Protetstantse Gemeente Deil - Enspijk: privacyverklaring
 
ANBI
Bekijk de ANBI gegevens van onze diaconie (goedgekeurd tijdens de kerkenraadsvergadering van 7 juni 2018)
Bekijk de ANBI gegevens van onze gemeente (goedgekeurd tijdens de kerkenraadsvergadering van 1 juni 2017)
 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.