Wat moeten we doen? Wat moeten we doen?

door ds. Klaas Touwen
Preek bij Lucas 3,7-18 op zondag 16 december 2018

Lieve gemeente

In het evangelie van vandaag zit een ritme, een geleding, door een soort keervers, waardoor zich als het ware drie strofes voordoen.

Johannes houdt zijn donderpreek met als eerste woord níet: ‘Lieve gemeente’ maar: ‘Addergebroed!’ en als laatste woord: ‘De bijl ligt al aan de wortel van de bomen; iedere boom die geen goede vruchten voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.’
Zo kórt kan het zijn. En zo gróót de impact.

De mensen vragen hem: ‘Wat moeten wij dan doen?’ Ook tollenaars kwamen om de doop te ontvangen en zeiden: ‘Meester, wat moeten wij doen?’ En soldaten stelden hem de vraag: ‘En wij, wat moeten wij doen?’
Tot driemaal toe dus diezelfde vraag: ‘Wat moeten wij doen?’ Het gaat mij nu om dat ‘wat’, om dat ‘moeten’, dat ‘wij’ en dat ‘doen’.

***

Eerst het ‘wat’. Johannes houdt een preek als een oordeel, daar klinkt weinig evangelie in door. Toch is dit een van de eerste hoofdstukken van wat wel een evangelie is en het wordt gelezen in de Adventstijd, want de komst van de Messias blijkt híeruit: dat in de harten van de mensen een vráág wordt gewekt, een verontrustende vraag, een vraag waardoor je wakker schrikt.

Het is de ongeweten en onvermoede komst van de Messias die dat doet. Zoals steeds in het evangelie zijn doen en laten vragen doet rijzen: ‘Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’
En alle personages in de gelijkenissen van Jezus stellen zich vragen. De dwaze rijkaard: Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn voorraden op te slaan.  Wat ik zal doen, is dit: ik breek mijn schuren af en bouw grotere, waar ik al mijn graan en goederen kan nog hoger kan optasten.
De onrechtvaardige rentmeester: Wat moet ik doen nu mijn heer mij het beheer afneemt? Werken op het land kan ik niet, en voor bedelen schaam ik me.
De eigenaar van de wijngaard met de onrechtvaardige pachters: Wat moet ik doen? Ik zal mijn geliefde zoon naar hen toe sturen, voor hem zullen ze toch wel ontzag hebben?

Het is de komst van de Messias die deze noodzakelijke, prangende vraag in onze harten wekt: Wat moeten wij doen?

Want zo is het in het Lucasevangelie: de tragiek van de mensen is dat zij uit zichzelf die vraag niet stellen, de droefenis van ons menselijk bestaan is dat wij geen idee hebben wát wij moeten doen.
In het evangelie naar Lucas is dit Jezus laatste woord aan het kruis: ‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.’

Het is ook helemaal niet gemakkelijk om zo’n fundamentele vraag te stellen: ‘Wat moeten wij dan doen?’, want je opent daarmee je bestaan voor de zeggenschap van een ander, je maakt je afhankelijk van een ander inzicht. Het is veel gemakkelijker om in een eigen gesloten moraliteit te blijven ronddraaien, je te verschansen binnen de etiquette van wat in jouw kring gewoon is.
Je zegt alle gesprek af, je dekt jezelf in, je speelt op safe, je wentelt je zelfrechtvaardiging en laat vooral geen vraag toe. Want een vraag maakt onzeker. Als je een vraag stelt, geef je daarmee te kennen dat je het niet weet, dat je in jouw in zichzelf gesloten systeem het licht van een ander nodig hebt. Voor menigeen een onverdraaglijke gedachte.

Remco Campert dichtte:

IEMAND STELT DE VRAAG

Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden

zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in z’n kop krijgt

zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud

zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die de sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen

Dat over het ‘wat’. In het evangelie blijkt dat de Messias op het punt staat te komen, hieruit: dat mensen zich deze meest basale vraag beginnen te stellen: ‘Wat moeten wij doen?’ Het is de komst van de Messias zelf die deze vraag in hen wekt. Zo komt hij steeds als wij het niet meer weten. Wees niet bang, Sion! Laat de moed niet zinken!

***

Nu over het ‘moeten’, de urgentie en het morele kompas. Iemand vertelde mij het verhaal van Kees en Dits. Kees is inmiddels overleden. Vroeger toen ze verkering hadden, heeft Kees het een keer uitgemaakt, maar twee weken later stond Dits voor de deur en zei: Kees, ik ben zwanger. Waarop Kees sprak: Dan maken we nu de verkering weer aan.
Je bent gezegend als je wéét wat je móet doen en het ingewikkelde leven zo eenvoudig maakt, dat je dat dan ook doet!

Daar komt nog iets bij: dit meest basale moeten – dat jij weet wat je moet doen – veronderstelt ook dat je het kúnt. ‘Moeten’ veronderstelt ‘kunnen’, mét dat de eenvoud van de Messias zich bij je aandient als een moreel kompas, schenkt hij je ook de kracht, de wijsheid, het vermogen om te doen wat jou te doen staat.

Geen twijfel over mogelijk, wat jij moet doen van Godswege ligt binnen je bereik. Dat over het ‘moeten’.

***

Nu over het ‘wij’. Die vraag wordt tot driemaal toe gesteld: ‘Wat moeten wíj dan doen? Dat is een heel belangrijke vraag, want meteen als je dat vraagt, ben je niet machteloos meer. Niet een speelbal op de golven. Niet een ding waarmee maar wordt gedaan. Niet het slachtoffer van de omstandigheden.
Nee, je kunt iets doen en dat wil je ook: ‘Wat moeten wíj dan doen?’ Je kunt verschil uitmaken. Jij bent nu aan zet. Door deze vraag word je subject en je wordt autonoom, zelfstandig, vrij, eindelijk volwassen.

Ik moet dat uitleggen. Wij ménen dat autonomie iets heel anders is dan heteronomie: dat onafhankelijkheid iets heel anders is dan afhankelijkheid. Maar dat is in psychologische zin zeker niet waar. Autonomie en heteronomie zijn geen tegenovergestelden, afhankelijkheid en onafhankelijkheid zijn geen uitersten. Nee, alleen wie afhankelijk kan zijn is onafhankelijk, alleen wie een ander naast zich duldt is vrij. De ware autonome mens is heteronoom, laat zich door een ander gezeggen.
Het is als met het lied van Barbra Streisand: People who need people are the luckiest people in the world. Mensen die anderen nódig hebben, zijn de meest gelukkige mensen ter wereld.
Of denk aan die ene zin van Nat King Cole: The greatest thing you’ll ever learn, Is just to love and be loved in return.

Wat moeten wij dan doen? Mèt dat de mensen rondom Johannes de Doper zich die vraag stellen: ‘wat’, kunnen zij zich in het licht van de komende Messias uitstrekken tot hun volle formaat: ‘wij’.
Hun aarzelende vraag ‘wat’ zet hen met beide benen op de grond: ‘wij’, wij mensen, wij tollenaars, wij soldaten.

***

Ten slotte het ‘doen’. In het Grieks staat hier niet praxis, het handelen, maar poiesis, het zichtbaar maken, aantoonbaar, in het licht van de komende Messias met het nu blíjken. ‘Wat moeten wij dóen.’ Johannes geeft antwoord. Wat opvalt is dat hij geen bovenmenselijke prestaties van hen verlangt. Het is niet hoogdravend wat hij zegt. Het is niet voor moraalridders en zedenprekers wat hij ons voorhoudt, maar dichtbij en aards, concreet.

Eerst over hoe je je als mens te gedragen hebt: ‘Wie twee stel onderkleren heeft, moet delen met wie er geen heeft, en wie eten heeft, moet hetzelfde doen.’ Dat is het eerste dus, de zo basale medemenselijkheid van dat je het levensnoodzakelijke met elkaar deelt.

Het tweede geldt specifiek voor de tollenaars. Dat zijn mensen die met veel geld omgaan. Voor de Romeinen, de bezettende macht, inden zij de belastingen en sloegen daar zelf een slaatje uit. ‘Meester, wat moeten wij doen?’
Hij zei tegen hen: ‘Vorder niet meer dan jullie is opgedragen.’ Dus: verrijk je niet ten koste van een ander. Dat geldt voor bankiers en captains of industry net zo goed als voor een fietsendief of loverboy: verrijk je niet over de rug van een ander.

Het derde geldt specifiek voor soldaten. ‘En wij, wat moeten wij doen?’ Tegen hen zei hij: ‘Jullie mogen niemand afpersen en je ook niet laten omkopen, neem genoegen met je soldij.’ Dus ja, het gaat weer over geld. Het gaat bijna altijd over geld in deze wereld. Over geld en macht, ook fysieke overmacht.
Waar die twee samenzweren: geld en macht, daar ruik je het gevaar: afpersing, chantage. ‘Pers niemand af.’

Die belangrijke vraag: ‘Wat moeten wij dóen?’, wordt dus drie keer beantwoord. Maar slechts één keer is er iets dat je daadwerkelijk moet dóen: dat is dat delen van kleding en voedsel. Die andere twee keren gaat het om iets dat je daadwerkelijk moet nalaten, níet doen: dat je je niet door geld en macht laat leiden.

Iets nalaten, níet doen, is wel degelijk ook een daad: namelijk dat je jezelf beperkingen oplegt, jezelf een grens stelt, dat je je integriteit vasthoudt of herwint omdat je oog hebt gekregen voor de ander: iemand die zich niet verweren kan, de mens die op jou is aangewezen.

Het wordt tijd om samen te vatten. Wat Jezus in de harten van de mensen uitwerkt is dat hij heilzame vragen uitlokt, richtinggevende vragen. Al rondom zijn voorloper beginnen die vragen te rijzen. Zo bereidt Johannes de Doper in onze harten de wegen waarlangs Jezus Christus ons leven binnen komt lopen.
Het is ook aan ons om het komen van God in de wereld voor te bereiden, door de verhoudingen tussen de mensen recht te trekken. ‘Wat moeten wij doen?’ Alleen die vraag al zet ons met beide benen op de grond. Je bent niet machteloos. Het is van Godswege dat ook van ons iets verlangd wordt en verwacht: concreet, haalbaar, toetsbaar. Met wat jij doet of laat, ben jij de beslissende factor.

Johannes de Doper laat zich niet voor de gek houden. Hij zegt het ons recht in ons gezicht. In de Bijbel heet dat evangelie, goed nieuws.

terug
 
 
Leesrooster 2019
Onder Zingeving-Vieren door het jaar: Lees elke dag mee met het Oecumenisch Leesrooster van de Raad van Kerken in Nederland.
 
Nieuwsbrief
Aanmelding voor en de laatste editie van deze nieuwe digitale nieuwsbrief onder Informatiekanalen-Nieuwsbrief.
 
Vanuit de kerkenraad
Een bericht aan het begin van het nieuwe seizoen: Wie zijn wij-Kerkenraad.
 
Stichting Wijdekerk

LHBT’ers zijn bij ons gewenst in de kerk, dat dragen we uit met de regenboogvlaggen die we hebben uitgehangen. Lees verder onder Wie zijn wij-Bovenplaatselijke organisaties en Zingeving-Gebeden, gedichten en andere teksten
 
 
Moldavië 2018
POZM-POZA: terugblik op de reis tijdens de dienst van 18 november (Jeugd-Specials)
 
Talenten gezocht!
De kerkenraad is naarstig op zoek naar talenten.
Er zijn een aantal vacatures ontstaan  binnen onze gemeente, in de kerkenraad, maar ook daarbuiten, zoals een ouderling en iemand die het paasontbijt coördineert.
  meer
 
Behoefte aan een gesprek?
We willen een (t)huis bieden. Dat betekent ook: omzien naar elkaar, openstaan voor elkaar, elkaar opzoeken. Lees verder onder Wie zijn wij?-Pastoraat of stuur een mail naar
 
 
Trouwen?
Zijn er trouwplannen? Denk ook op tijd aan kerkgebouw en dominee.
  meer
 
Dopen?
Een kindje geboren? Laat het ons weten, zeker als je het kindje wilt laten dopen.
  meer
 
Privacy
Voor de Privacyverklaring van de Protetstantse Gemeente Deil - Enspijk: privacyverklaring
 
ANBI
Bekijk de ANBI gegevens van onze diaconie (goedgekeurd tijdens de kerkenraadsvergadering van 7 juni 2018)
Bekijk de ANBI gegevens van onze gemeente (goedgekeurd tijdens de kerkenraadsvergadering van 1 juni 2017)
 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.